De dag begint vroeg, om 5 uur vertrekken we al omdat het een lange weg is. Ik voel me redelijk, de "Okugest" die ik bij me heb werken blijkbaar goed, want de diarree lijkt alweer opgehouden te zijn. Honger heb ik alleen niet echt. Maar ik overleef de bustocht, pas rond 9 uur komen we in Lalibela aan. Daar ben ik toch wel weer aan een maaltijd toe. Mijn maag verdraagt zelfs de flinke whiskeys die we daarna nemen, terwijl we naar de Ethiopische tv kijken. Bizarre reclames voor golfplaten en batterijen. Nieuws over honger gevolgd door items over voedseloverschotten. Wat een raar en tegenstrijdig land.

De volgende dag staan uiteraard de rotskerken van Lalibela op het programma. Deze zijn zeer indrukwekkend om te zien. Je vraagt het je inderdaad af hoe ze dit zouden kunnen doen, zonder hulp van engelen. Het is jammer dat er niet zo veel mogelijkheid is om zelf wat rond te kijken. De mystieke sfeer in de kerken komt beter tot zijn recht als je er in je eentje wat kan ronddwalen, denk ik. Met de hele groep gaan we van kerk tot kerk. Vermoeiend, en hoe mooi de kerken ook zijn, na het zoveelste kerkje met de zoveelste priester heb ik het wel een beetje gezien.

Als we 's middags spaghetti in het dorp eten, zien we de honger die toch vaak voorkomt in Ethiopië. Kinderen komen bij het restaurant om eten bedelen. Als ze wat weten te bemachtigen ontstaat er een felle vechtpartij. De restauranteigenaar heeft een stok voor nodig om ze uit elkaar te slaan en weg te jagen. Even later komt er een rouwstoet voorbij, een overleden kindje. We worden met de neus op de feiten gedrukt, wij rijke en gezonde westerlingen met volle buiken...

De volgende dag gaan we via Kombolcha terug naar Addis, en dan naar het Awassa meer.