Onderweg naar Adigrat maken we een tussenstop bij het Debre Damo klooster. Om dit klooster te bereiken moet je via een touw een min of meer loodrechte wand beklimmen. Vandaag is het net een feestdag, en het is er erg druk: jongens klimmen snel heen en weer, als apen. Ik voel me toch niet zo'n held en besluit lekker beneden te blijven. Bart en Jan uit de groep doen wel een heldhaftige poging, maar moeten opgeven. Pierre trekt zijn schoenen uit en laat ons zien hoe het moet. Zonder zekering klautert hij naar boven, alsof hij niks anders doet.

Adigrat is een prettig en (relatief) welvarend stadje. We lopen wat over de markt en eindigen op het terras. Na wat biertjes eten we in het hotel de specialiteit: meelballetjes in pittige saus. Erg lekker. De pizza die we in het restaurant ernaast eten valt minder in de smaak: hij is slap en vreselijk flauw. Alles gaat ook traag als dikke stront, en het afrekenen is een ramp. Nu begin ik er toch af en toe wel de balen van te krijgen.

In het hotel, dat slechts 1 jaar oud is, kan de wc deur niet op slot, de spiegel valt bijna van de muur, en de douche is koud. Kleine dingetjes, maar op dit moment drijft het me bijna tot wanhoop. Ik heb het even heel erg gehad met dit land...

Morgen hier weer weg, naar Mekele.