|
||||||||||||||
Na me wat opgefrist te hebben, ga ik de stad in om geld te wisselen en wat inkopen te doen. Als blanke ben je er een bezienswaardigheid: iedereen spreekt je aan, taxi's stoppen voor je, iedereen wil je schoenen poetsen, bedelaars lopen meterslang achter je aan, en kleine kinderen proberen je pakjes zakdoekjes te verkopen. Maar ik voel me er meteen al thuis. The African Way is relaxed, langzaam en vooral ongeorganiseerd.
's Avonds gaan we met een klein groepje eten in restaurant Habesha. We bestellen onze eerste injera van de vakantie, en zeker niet de laatste. Voor het eten komt de bloedmooie serveerster met een schaal, een kan met warm water en een stuk zeep aan. Zij schenkt water over je handen zodat je zelf je handen kan wassen. Een traditie speciaal voor toeristen, maar wel leuk. Het eten is verukkelijk: een enorme injera bedekt met veel verschillende gerechten, zeer gevarieerd en heerlijk gekruid. Jammer dat ik niet meer op kan...
Het was een vermoeiende dag, dus na een afzakkertje in het hotel, lig ik al vroeg in mijn nest. De volgende dag moeten we alweer vroeg eruit om door te reizen naar Dejen.
In Addis komen we nog 2 keer terug; 1 keer halverwege, en aan het eind van de vakantie.