Vandaag zijn we in de streek van de Konso. Deze bevolkingsgroep is nog maar weinig met de buitenwereld in contact gekomen, en leeft nog zeer primitief. Als we bij een dorpje aankomen, stroomt het hele dorp leeg. We worden omgeven door de kleine Konso mensjes, en ze gaan graag op de foto, als je maar met birrs wappert.

De Konso hechten veel belang aan de voorouders. Iedereen die sterft krijgt een eigen houten beeld. De status van de overledene is bepalend voor plek waar dit beeld komt, en de decoraties die het krijgt. Helden krijgen een fallus-achtige versiering op hun voorhoofd, en zijn vaak groter dan de rest.

Een paar jongetjes, die mij allemaal "my additional friend" noemen, bieden me een waterpijp aan. Ik zeg dat ik hem niet mooi vind, en even later komen ze terug met een mooier exemplaar pijp. De tabak erin smeult nog. Ik kom een mooie prijs overeen en betaal. De jongetjes blijven me nu vasthoudend achtervolgen, ze ruiken meer geld. "You, you, you, you! I am a poor student! Give me money!" Zo werkt het niet natuurlijk, en ik vlucht de auto in.

Mijn schoenen zijn goor, en ik wil ze laten schoonmaken. Een jongentje bij het hotel neemt me mee het dorp in, naar de lokale schoenpoetser. Opeens staan er 10 grote lange negers lachend en luid pratend om mij heen, terwijl mijn schoenen schoongemaakt worden. Ik vraag me af hoe ik in Rotterdam op zoiets had gereageerd. Maar ik word niet beroofd of belazerd. Volgens het jongetje dat me mee nam hadden ze het vooral over de witheid van mijn gezicht en de kwaliteit van mijn Nederlandse legerkistjes... Next stop: Jinka.