|
||||||||||||||
Er loopt een kronkelend pad steil naar beneden. Onderweg komen we zwaar bepakte ezels tegen, die met enorme zakken modderig zwart zout steunend en ruftend naar boven klauteren.
Beneden, bij het gitzwarte zoutmeer, zien we hoe het zout gewonnen wordt: met de hand. Het is bloedheet beneden in de krater, alsof je in een enorme snelkookpan zit. Behalve een stukje stokbrood met jam heb ik de hele dag nog niks gegeten, en we moeten weer helemaal naar boven, ik hoop maar dat ik het overleef op alleen zout, dextro energy en water...
De tocht naar boven is loeizwaar. Wat heb ik opeens een medelijden met die arme ezels, die met takken naar boven worden geslagen. Gelukkig voor ons lopen er jongetjes mee die cola verkopen. Iemand van de groep gaat bijna van zijn stokje, maar hij zet de tanden op elkaar en zet door. Na een helse en moeizame tocht komen we eindelijk dodelijk vermoeid boven. Zodra we weer op adem zijn gekomen, laten we ons naar een restaurant vervoeren en doen we ons tegoed aan heerlijke injera tibs.
In Yabello logeren we in een eenvoudige camping/hotelcombinatie, samen met een andere Nederlandse/Belgische groep. De volgende dag verder naar Konso.