Vanuit Addis Abeba vertrekken we met Landrovers richting het Awassa-meer. Onze chauffeur, Foustoum, is erg zwijgzaam maar lijkt wel een aardige vent. De weg is goed en recht en er kan flink doorgescheurd worden. Onderweg komen we langs de rastafari commune Shashemene. We stappen er even uit en krijgen een korte rondleiding van een sympathieke rasta. Hij is bezig om er een klein museum in te richten en dit open te stellen voor publiek. Door iemand anders wordt ons voor een spotprijsje een flinke zak eerlijke Ethiopische ganja aangeboden. Die zou een extra dimensie aan de vakantie geven... ;)

Awassa is een typisch Afrikaans stadje, primitief aandoend, aan het mooie Awassa-meer. Met mijn kamergenoot lopen wat door het stadje op zoek naar een restaurant, maar nemen uiteindelijk toch een taxi. Een stokoude lada, bijelkaar gehouden door een dwarsstang, brengt ons luid ratelend en rammelend naar een restaurant aan het meer. Daar treffen we ook nog anderen van de groep aan.

Na het eten lopen we terug. Onderweg begint het te regenen, en al snel giet het. De Ethiopiërs vinden het geweldig, wij minder, al kan ik er op zich ook wel de humor van inzien. Terug in het hotel snel omkleden. We drinken nog wat, en gaan dan naar de kamer. Maar niet voordat ik de vangst van die middag heb beoordeeld. Ik draai een dikke joint, rook deze op op het balkon, en ga dan ook slapen. De hele vakantie met alle herinneringen en ervaringen golven over me heen. Overal hoor ik de psychedelische geluidenruis van Ethiopië. Als er dan ook nog buiten een meute honden en hyena's een huilconcert begint is de sfeer compleet. Ik slaap maar weinig.

We blijven ook hier maar 1 nacht, dus de volgende ochtend weer vroeg verder naar Yabello.